Eén jaar samenwerking: AgriClimate maakt de balans op in Reims

Op 26 februari trokken de Frans‑Belgische AgriClimate-partners naar Reims. Ze werden er ontvangen in het Centre Européen de Biotechnologie et de Bioéconomie (CEBB) in Pomacle en maakten de balans op van één jaar grensoverschrijdende samenwerking.

AgriClimate in een notendop

AgriClimate brengt een brede groep landbouwactoren uit Frankrijk en België samen. Het consortium omvat onder meer de landbouwkamers van Nord‑Pas‑de‑Calais en de Marne, de regionale landbouwkamer van Grand Est, het Instituut voor de Veeteelt (IDELE), Avenir Conseil Elevage, de Fédération Wallonne de l’Agriculture en FwaGestion. Daarnaast zijn ook verschillende Waalse en Vlaamse onderzoekscentra betrokken (ILVO, CRA‑W, CARAH), samen met technische instituten zoals Inagro en CIPF. Tot slot maakt ook Terrasolis deel uit van het partnerschap, de Reimse innovatiepool die zich richt op koolstofarme landbouw.

Hun gezamenlijke doel: de veerkracht van landbouwbedrijven versterken in een veranderend klimaat.

Landbouw voorbereiden op klimaatuitdagingen

AgriClimate stimuleert kennisuitwisseling rond twee cruciale thema’s:

  • het verminderen van broeikasgasemissies,
  • het aanpassen van landbouwbedrijven aan nieuwe klimaatomstandigheden.

Het project ontwikkelt gezamenlijke diagnosetools, organiseert veldproeven en faciliteert uitwisselingen tussen landbouwers, adviseurs en onderzoekers. Doel: realistische, regio‑specifieke oplossingen vinden die ook economisch haalbaar blijven.

Een nuttige en concrete samenwerking

In een instabiele internationale context is grensoverschrijdende samenwerking een echte troef. Franse en Belgische landbouwers delen gelijkaardige ervaringen. Door expertise te bundelen, boeken ze sneller en efficiënter vooruitgang.

Tijdens de partnermeeting van 26 februari werd de balans opgemaakt en werden de volgende stappen duidelijk vastgelegd. De komende periode richten de partners zich op het bundelen en benutten van de eerste resultaten, zodat deze breder kunnen worden gedeeld met iedereen die interesse heeft in de methodologie en inzichten van het project.

Een belangrijk onderdeel van die vooruitgang is de identificatie van een twintigtal relevante hefbomen voor klimaatmitigatie en -adaptatie op regionaal niveau. Die hebben betrekking op onder meer dierenvoeding, stallen, mestbeheer, kuddebeheer, voedergewassen, energie, teelttechnieken en bouwplannen.

Deze hefbomen worden nu verder onderzocht en economisch doorgerekend om te komen tot een volledig instrument dat de kost van de klimaattransitie voor de drie projectregio’s inzichtelijk maakt.

Daarnaast zullen enkele maatregelen binnenkort in de praktijk worden getest bij landbouwers die deelnemen aan de drie grensoverschrijdende uitwisselingsgroepen (melkvee, vleesvee en akkerbouw), die sinds 2025 actief zijn. De selectie gebeurt op basis van koolstof-, veerkracht- en technisch‑economische audits. Met één gezamenlijke vragenlijst kunnen de drie koolstoftools in het projectgebied — Cap’2ER, Klimrek en DECiDE — optimaal worden ingezet. De betrokken adviseurs zijn intussen in alle tools opgeleid.

De inzichten uit deze proeven worden later gedeeld met landbouwers in de regio en daarbuiten. Je kan alle ontwikkelingen volgen via onze Facebookpagina.

Focus op het CEBB

Het Centre Européen de Biotechnologie et de Bioéconomie (CEBB) is een echte blikvanger op het vlak van koolstofarme innovatie. Het bevindt zich in het hart van het industriële innovatiegebied Territoires d’industrie en werkt er nauw samen met andere publieke en private onderzoekscentra en met verschillende bioraffinaderijen (zoals suiker-, aroma‑ en biomaterialenbedrijven). Samen zetten ze in op het maximaal valoriseren van landbouwbiomassa door:

  • plantaardig materiaal te transformeren en te vermeerderen,
  • polymeren af te breken tot basiscomponenten om nieuwe materialen te ontwikkelen, waaronder gerecycleerde textielvezels,
  • en geavanceerde apparatuur te gebruiken om stoffen te analyseren, scheiden en zuiveren.

Het CEBB is tegelijk een onderzoekscentrum, een proeftuin voor experimenten en een plek waar bezoekers kennismaken met de mogelijkheden van de bio‑economie.

 

Het bezoek maakte heel concreet duidelijk hoe innovatie en samenwerking de landbouw kunnen ondersteunen in de overgang naar een duurzamer en veerkrachtiger model.

Gepubliceerd op 10 maart 2026