Melkveehouderij
De melkveehouderij vormt 15% van alle landbouwbedrijven in het grensoverschrijdende AgriClimate-gebied en schommelt tussen 16% en 30% in de verschillende regio’s. Binnen deze sector onderscheiden we drie strategieën: intensieve melkveehouderij met maïsrijke rantsoenen, intensieve melkveehouderij met grasrijke rantsoenen en extensieve, grasgebaseerde systemen. In al deze systemen laat de klimaatverandering zich voelen — zowel bij de dieren, bijvoorbeeld via hittestress, als bij de teelt van voedergewassen.
Ontdek hier de fiche over melkveehouderij
Vleesveehouderij
Vleesveebedrijven maken 14% uit van alle landbouwbedrijven in de Interreg‑zone en variëren tussen 10% en 32% in de verschillende regio’s. Binnen de vleesveehouderij onderscheiden we zoogkoeienbedrijven, afmestbedrijven en gesloten bedrijven. Opvallend is dat deze bedrijven vaak gecombineerd worden met andere landbouwtakken.
Ontdek hier de fiche over vleesveehouderij
Gemengd melk- en vleesvee
Gemengde landbouwbedrijven kenden een sterke groei tijdens de periode van de melkquota, maar sinds de afschaffing in 2015 is die trend omgekeerd. Met 8% van de landbouwbedrijven is dit systeem het minst vertegenwoordigd in de grensoverschrijdende zone en varieert het tussen 11% en 40% in de verschillende regio’s.
Ontdek hier de fiche over gemengde melk‑ en vleesveehouderij
Akkerbouw
Akkerbouwbedrijven vertegenwoordigen 63% van alle landbouwbedrijven en vormen het meest voorkomende landbouwsysteem in de grensoverschrijdende zone, met een aanwezigheid die varieert tussen 10% en 35% afhankelijk van de regio’s.
Granen vormen er de belangrijkste teelt, met het grootste aandeel in Hauts‑de‑France. In Vlaanderen is aardappelteelt de tweede belangrijkste teelt, terwijl die positie in Wallonië wordt ingenomen door nijverheidsgewassen. Extreme weersomstandigheden door klimaatverandering kunnen de opbrengst en kwaliteit van gewassen sterk beïnvloeden, maar tegelijk ontstaan er nieuwe kansen, zoals de teelt van hennep.
